Club Brugge in de Media
"Ik kon niet verliezen. En nog altijd niet"
Na maanden blessureleed toonde Fredrik Stenman (28) zondagavond in het Gentse Ottenstadion hoe hij door de supporters van FC Groningen herinnerd wordt : op snelheid de linkerflank aflopen en een goede voorzet afleveren. "Hij was toen vaak het begin en het eindstation van een Groningse aanval op links", klonk het in Nederland, zijn laatste halte op weg naar Club Brugge. De Zweedse jeugdjaren van een zondagskind.
Fredrik Stenman groeide op in Munktorp, een nietig dorpje in Midden-Zweden, 83 hectare groot en waar het dagelijkse leven zich afspeelt rond de kerk, in de elfde eeuw opgericht door de monnik Sint-David. Bij de laatste volkstelling in 2010 telde Munktorp 455 inwoners, 30 minder dan in 2005. "Mijn jeugd in een woord ? Heerlijk. In de lagere school waren we rond een uur 's middags vrij, tijd genoeg om met de vriendjes te ravotten.
Veiliger opgroeien dan in Munktorp kan bijna niet. Iedereen kende er iedereen, kinderen speelden op straat of in de bossen. Vissen, bijvoorbeeld, vind ik nog altijd schitterend. Spijtig dat het in België niet kan zonder vergunning, al zou ik het wel graag eens op zee willen proberen. Soms gingen we met de familie langlaufen. Heel rustig, af en toe een pauze nemen om iets te eten of te drinken, maar ik hou eerder van snelheid.
Enduro door de bossen! En zónder rijbewijs. (lacht) Ik kreeg mijn eerste motor toen ik veertien jaar was en ik heb nog altijd een Kawasaki en een quad. Ik was altijd buiten. Als het regent of koud is, dan is het gemakkelijker om binnen te blijven en met de PlayStation te spelen, maar voor mij bestónd dat niet."
Hij spreekt met liefde over zijn kindertijd. Maar: "In Munktorp is helemaal niets te beleven. De pizzeria, het tankstation en het kleine supermarktje zijn verdwenen. Er is nog een lagere school, maar hoe lang nog? Een probleem waar wel meer dorpjes op het Zweedse platteland mee te kampen hebben en waardoor jonge gezinnen naar de steden verhuizen. Naar Köping, Västerås of Stockholm, dat echt aan het boomen is. Als die trend zich doorzet, dan wordt Munktorp binnen onafzienbare tijd een deeltje van Stockholm. Schitterende stad, heel trendy, samen met Kopenhagen dé fashion city van Scandinavië."
Hij noemt zichzelf een stadsmens ("New York is een van mijn favoriete vakantiebestemmingen") die in de zomervakantie snakt naar de rust van zijn geboortedorp. "Een of twee weekjes, meer niet. Ik zou er wellicht niet meer kunnen wonen... De dichtstbijzijnde bioscoop of de lekkere restaurantjes zijn in Västerås, dertig kilometer verder. Zoals ik al zei: jonge gezinnen met kinderen ontvluchten de dorpjes, op zoek naar werk. En wie er vertrekt, komt nooit meer terug."
Het leven van de jonge Fredrik Stenman speelde zich af rond de familieboerderij, waar vader graan verbouwde. "Een goed, maar ook een zwaar leven. Veel moeten werken." Een keer per jaar, op 25 juni, werd er gefeest en trokken alle inwoners de natuur in om samen midsommarafton - het midzomerfeest - te vieren. Dansen, liedjes zingen, bij elkaar zijn. "Heel leuk."
Zweden houden van tradities, maar voor Surströmming - een gebruik waarin haring onder de grond gestopt wordt, drie dagen later wordt opgegraven en vervolgens opgegeten wordt - haalt hij de neus op. "Dat is iets voor de oudere mensen." Vorig jaar was hij er niet bij op 25 juni ("De dag erna begon de voorbereiding"), straks moet hij wellicht opnieuw verstek geven. "Ik hoop dat ik naar het EK mag, al is het ondertussen al meer dan een jaar geleden dat ik nog eens voor de nationale ploeg geselecteerd werd. (Zweden is ingedeeld in een groep met Engeland, Kroatië en Oekraïne, een van de twee gastlanden, red.) Ik was er bij op het WK in Duitsland, een mooie ervaring, ook al speelde ik niet. We zien wel."
Hij denkt terug aan de zomer van 1994, toen Zweden op het WK in de Verenigde Staten derde werd. "Nipt verloren in de halve finale van Brazilië, de latere wereldkampioen. In de kleine finale wonnen we met 4-0 van Bulgarije. De spelers van toen - Thomas Ravelli, Klas Ingesson, Kennet Andersson, Tomas Brolin, Martin Dahlin... - waren plots helden. In die periode is de vonk bij mij definitief overgeslagen. Ik was amper elf jaar, maar toen wist ik het zeker: ik zou profvoetballer worden. Ik was vooral geïnspireerd door het levensverhaal van Ingesson, die óók op het platteland woonde en een vaste waarde in de nationale ploeg werd. Niet vanzelfsprekend."
In het voorjaar van 1996 sloot Stenman, dertien jaar, zich aan bij Munktorps Bollklubb, "een amateurploegje uit de vijfde of zesde afdeling." Van zijn ouders móést hij nochtans niet sporten. "Doe maar waar je zin in hebt, zeiden ze. En ook: ze hadden geen tijd om mij naar het voetbalterrein te brengen. Drie, vier keer per week reed ik met de fiets naar de training, toch al snel een ritje van vijf kilometer. Ik wílde voetballen, maar er was ook geen alternatief.
Met vrienden speelde ik wel eens ijshockey op een bevroren meertje, maar als je in een club wilde spelen, dan moest je naar Västerås. Onmogelijk. En: ijshockey is ook een dure sport. Schaatsen, beschermstukken, een stick... Maar het blijft bij ons een heel populaire sport, ook al omdat er de laatste jaren veel nieuwe arena's gebouwd werden. 25 euro voor een ticketje, lekker in de warmte genieten van een wedstrijdje, met een drankje en een hotdog in de hand."
Maar het werd dus voetbal bij Munktorps BK, waar de centrale middenvelder zich al snel in de belangstelling van andere ploegen speelde. Mijn vader zei me dat ik veel op mijn linkervoet moest oefenen. Je hebt meer kans om profvoetballer te worden als je met links én rechts kan trappen. Ik hoorde onlangs nog dat ik als kind strafschoppen met rechts nam. Ik ben trouwens ook rechtshandig."
Twee jaar na zijn debuut bij Munktorps BK trekt de vijftienjarige Stenman naar Västerås Sportklubb, dat in de tweede afdeling speelt. "Ik ging toen naar school in Köping, waar de lessen pas om half vier stopten. Nog voor het einde van de les stond ik recht en zei ik tegen de leraar dat ik mijn trein moest halen. Ik wil profvoetballer worden, dus moet ik trainen. (lacht) En toen ik net zestien jaar geworden was, mocht ik in het eerste elftal debuteren. Vijf minuutjes! Links op het middenveld, in een 4-3-3."
In het jaar dat hij zou afstuderen, legt Stenman de schoolboeken definitief neer. "Ik heb mijn diploma helaas niet gehaald, neen, ik wilde alleen maar voetballen. Een risico? Ergens wel, ja, maar mijn ouders hebben daar nooit een probleem van gemaakt. Ook al was de kans dat je het als voetballer níet maakte, groter. Maar ik heb er alles aan gedaan om mijn droom te realiseren. Op het platteland in Zweden gebeuren veel vreemde dingen.
Omdat er geen cafés zijn, stoken mensen er hun eigen alcohol. En dan heb je als tiener de keuze: zuipen met je vrienden of iets van je leven proberen te maken. Ik ging ook wel eens naar feestjes, maar dronk altijd met mate. En: ik had het toen al enorm moeilijk met nederlagen. Ik vond dat geen slechte kwaliteit, vader en moeder daarentegen... (lacht) Ik wíl niet verliezen. Heel nuchter ook. Na een paar overwinningen begin ik niet snel te zweven."
Op zijn achttiende vertrekt hij naar Idrottsföreningen Elfsborg, de eersteklasser, en ruilt hij het ouderlijk huis in Munktorp voor een appartementje in Borås, een universiteitsstad van om en bij de 60.000 inwoners. "Een heel mooie stad, op zo'n drie kwartier rijden van Göteborg. Een leuke tijd beleefd, alleen was het niet altijd vanzelfsprekend om zelf eten klaar te maken. Gelukkig was er een Italiaanse restaurant om amper honderd meter van waar ik woonde."
In Borås werd Stenman, na het vertrek van de vaste linkerflankverdediger naar Straatsburg, omgeschoold en pakte hij in 2003 zijn eerste prijs. "Toen was Elfsborg nog een klein clubje, nu is het een van de rijkste van het land, met een schitterend nieuw stadion en een kunstgrasveld. Ook dat is een probleem in Zweden: er moeten meer nieuwe stadions komen. Dat zal ook het niveau van de competitie ten goede komen. Vroeger vertrokken de betere spelers meteen naar Engeland - de Premier League is in Zweden met grote voorsprong de meest populaire competitie ter wereld - of Duitsland, nu moeten ze meestal eerst een tussenstop in Nederland of België maken om aan het niveau te wennen."
Na de bekerwinst met Elfborg is het tijd om door te reizen, vindt Stenman, dan nog altijd geen twintig jaar. Hij trekt naar Djurgårdens Idrottsförening in Stockholm, de hoofdstad. In twee seizoenen wordt de verdediger twee keer kampioen, wint hij twee keer de beker en wordt hij international.
"Op dat moment was Djurgårdens de grootste club in Zweden, een echte traditieclub, al staat Elfborg nu financieel sterker. Profvoetballers zijn in Stcokholm echte celebrities, vedetten die veel aandacht krijgen." Straks, als de benen moe en de wensen vervuld zijn, keert hij er zeker terug. "Stockholm is een wereldstad, die de vergelijking met de grote steden in Europa zeker kan doorstaan. Als ik na mijn carrière terugkeer naar Zweden, wil ik daar wonen. Schitterende stad, moet je zeker eens bezoeken."
Bron: Brugsch Handelsblad - 19/02/12
















Social media